Naar de tekst
4 minuten lezen

Een batterij bij de kassa

Ik belde twintig verzekeraars over thuisbatterijen in appartementencomplexen. Wat ik terugkreeg was vooral stilte, en die zegt meer over de branche dan woorden.


Een witte thuisbatterij op wieltjes in een gedeeld trappenhuis van een appartementencomplex, met de stekker in een gewoon stopcontact naast een fiets
Geen installateur, geen keuring, geen papier. Wel stroom.

Ik heb deze week ongeveer twintig keer gebeld met de verzekeringsbranche. Vrijwillig. Ik weet het.

Mijn vraag was niet ingewikkeld. Stel: ik woon in een appartementencomplex. Ik koop een thuisbatterij. Zo’n kast met stroom erin, voor als de zon even niet schijnt. Wat vindt u daarvan?

Het antwoord was elke keer hetzelfde, en het kwam ook elke keer met dezelfde opgewekte stelligheid: die moet door een erkend installateur worden aangesloten. Volgens NEN 1010. Zo hoort dat. Fijn dat u belt.

Dan zei ik: ja, maar ik heb er eentje met een stekker.

Stilte.

Ik moet er eerlijk bij zeggen dat ik van die stilte ben gaan houden. Het is de stilte van iemand die aan de andere kant van de lijn heel langzaam een scherm ziet leeglopen. Ik heb hem inmiddels in alle toonaarden gehoord. De korte stilte. De diepe stilte. De stilte met toetsenbordgeluid, wat betekent dat er ergens gezocht wordt naar het woord “stekkerbatterij” in een systeem waarin dat woord niet voorkomt.

Want dat is het punt. Je kunt tegenwoordig een thuisbatterij aanschaffen zoals je een waterkoker aanschaft. Neerzetten, stekker erin, klaar. Geen installateur, geen keuring, geen papier. Niets waar iemand later naar kan wijzen. En de hele verzekeringsbranche heeft precies één eis geformuleerd, en die eis gaat over de installateur die er niet is.

Ik ben daarna gaan doorvragen, wat ik ook niet had moeten doen, want ik ben geen journalist, ik ben gewoon iemand die zich ergert. Maar goed. Ik vroeg: en wie is er nou verantwoordelijk als zo’n ding in de fik vliegt?

De bewoner, zei men. Die moet zelf zorgen voor een verzekering.

Toen zei ik dat die bewoner in een gebouw woont. Dat er boven hem nog vier bewoners wonen en onder hem ook. Dat dat gebouw gezamenlijk verzekerd is. En dat een brandende batterij niet netjes binnen de kadastrale grenzen van één appartement blijft, en de brandweer met het blussen ook niet.

En daar kwam hij weer, mijn stilte.

Bij één maatschappij hoorde ik iemand oprecht enthousiast worden. “Goh,” zei die, “daar hebben we eigenlijk nog nooit zo naar gekeken.” Dat is een prachtige zin. Het is ook een zin die je niet wilt horen van de partij die contractueel heeft beloofd jouw risico’s te overzien. Je wilt hem al helemaal niet twee keer horen. Ik heb hem vijf keer gehoord.

Andere partijen kozen voor de klassieker: doorverwijzen. Ik ben van verzekeraar naar tussenpersoon gestuurd, en van tussenpersoon naar verzekeraar, en ik ben op enig moment aantoonbaar bij een partij uitgekomen waar ik al gebeld had. Er zijn ook mensen geweest die het gesprek gewoon beëindigden, op de manier waarop je een gesprek beëindigt met iemand die aanbelt over de eindtijd.

En dat is dan de branche die van mij een aanvraagformulier van elf pagina’s wil hebben omdat ik een schuurtje heb.

Ik wil hier wel iets rechtzetten, want het is te makkelijk om alleen op de verzekeraars te schieten. De batterijen zelf zijn het probleem niet. Die zijn getest, gecertificeerd en over het algemeen prima. Het probleem is wat wij ermee doen. Wij zetten hem in de gang. Wij zetten hem in het schuurtje bij de wasmachine. Wij sluiten hem aan op het stekkerdoosje waar de vriezer en de droger al op zitten. Wij verplaatsen hem in het weekend even, omdat er visite komt. Wij zijn het probleem. Wij zijn altijd het probleem.

En dan is er nog een derde partij die zich stilhoudt, en dat zijn de besturen van Verenigingen van Eigenaren. Die hebben hier namelijk ook nog nooit met hun leden over gesproken. Geen inventarisatie, geen afspraak, geen stemming, geen regel in het huishoudelijk reglement. Wel drie vergaderingen over de kleur van het trappenhuis.

Ik ga hier geen sombere zin over branden neerzetten, daar is het onderwerp te serieus voor. Ik zeg alleen dit: er staan op dit moment duizenden apparaten in Nederlandse gebouwen waarvan de eigenaar, het bestuur en de verzekeraar alle drie in de veronderstelling verkeren dat een van de andere twee er wel iets over geregeld heeft.

Zet het op de agenda van de volgende ledenvergadering. Vraag wie er al zo’n ding heeft staan. Vraag waar het staat. Vraag het even.

En bel daarna vooral uw verzekeraar. Neem er de tijd voor.

De stilte is echt fantastisch.