Zeventig euro aan augurken
Achter in mijn schuur staat een koelkast uit een vorig leven te brommen. Wat hij koelt is bescheiden, en wat hij daarvoor per jaar kost valt flink tegen.
Een ingekorte versie verscheen in Groot Goeree-Overflakkee van 9 september 2026.

De slippers zijn de kast in, het zand is uit de auto (grotendeels), en de agenda vult zich weer met dingen waar ik niet om gevraagd heb. De vakantie is voorbij en het gewone leven klopt aan.
En achter in mijn schuur, ergens tussen een fietspomp en een halve zak potgrond die inmiddels meer zak dan potgrond is, staat iets dapper te brommen.
De koelkast.
Niet dé koelkast, die staat gewoon in de keuken. Nee, díe koelkast. Zijn voorganger. Het apparaat dat bij de vervanging niet naar de milieustraat ging, maar naar de schuur. Want handig. Met de feestdagen. En met de barbecue. En eigenlijk gewoon omdat je zo’n ding niet wegdoet als hij het nog doet, dat voelt als een oude hond naar het asiel brengen.
Deze zomer heeft hij zich nog nuttig gemaakt, dat geef ik toe. Koud bier bij de barbecue, ijsklontjes, een flesje rosé voor Caroline, drie bakjes salade waarvan er één daadwerkelijk is opgegeten. Maar de barbecue staat inmiddels weer onder een hoes, klaar voor volgend seizoen. De koelkast niet. Die staat nog steeds aan.
En wat koelt hij dan, nu de barbecue onder die hoes staat? Ik heb gekeken. Ik durfde bijna niet. Een halve fles witte wijn van ergens in juli, drie blikjes bier van een merk dat niemand in dit huis lekker vindt, een pot augurken van onbepaalde ouderdom, en één eenzame diepvriesburger die daar naar mijn inschatting al twee regeerperiodes ligt.
Dit is geen koelvoorziening meer. Dit is een monument.
Op dit eiland hebben veel mensen een schuur, en in bijna elke schuur staat er zo één. Ik denk soms dat het een streekgebruik is, net als de dijk oprijden om te kijken of het water er nog is. Maar een monument kost onderhoud, en dit monument kost stroom. Een koelkast van een jaar of vijftien vreet al gauw 250 tot 400 kilowattuur per jaar. Reken maar mee met een dubbeltje of drie per kilowattuur: dat is zeventig tot honderdtwintig euro. Per jaar. Voor die augurken.
Ik verduurzaam voor mijn werk gebouwen. Ik reken me suf aan isolatiewaarden en warmtepompen, ik houd verhalen voor zalen vol mensen over wat je thuis kunt doen. En ondertussen stond bij mij achter een oude tuinstoel 365 dagen per jaar een pot augurken koel te staan. Ik vertel u dit niet omdat ik trots ben. Ik vertel het omdat ik het sterke vermoeden heb dat u ook zo’n schuur heeft.
Toen ik dit laatst vertelde bij de koffie, zei een collega iets waar ik sindsdien vaak aan terugdenk:
Iedereen weet welke auto hij rijdt. Bijna niemand weet welke apparaten er thuis het hardst doorrijden.
Daar zit het hem in. Een koelkast maakt geen lawaai waar u wakker van ligt en hij vraagt nooit ergens om. Hij staat er gewoon, jaar in jaar uit, en presenteert de rekening pas twaalf maanden later, verstopt tussen alle andere posten.
De test is simpel: leen een energiemeter, zo’n tussenstekker met een display. Het energiehuis of de buurman heeft er wel één. Laat hem 48 uur draaien en reken door. U gaat schrikken.
En dat mag. Schrikken is gratis.
Wat u daarna doet, mag u helemaal zelf weten. Een nieuwe, zuinige koelkast kopen kan, en die scheelt echt een slok op een borrel. Maar de allerzuinigste koelkast is nog altijd de koelkast die er niet staat. Twijfelt u, of wilt u hem toch houden voor volgende zomer? Zet hem dan uit van nu tot april. Leeg maken, schoonmaken, deur op een kier, klaar.
Zet er wel een herinnering bij in uw telefoon. Anders staat u in mei met een krat bier in een schuur vol lauwe goede bedoelingen.
Eén waarschuwing nog, speciaal voor de koel-vriescombinaties in ongestookte schuren. Zo’n apparaat meet de temperatuur in de koelruimte, niet in het vriesvak. Wordt het buiten kouder, dan denkt hij dat zijn werk erop zit en gaat hij lekker luieren. En dan begint uw vriesvak langzaam en ongemerkt te ontdooien. Voel dus deze winter af en toe of uw burgers nog hard zijn.
Loop meteen even door, nu u toch bezig bent.
Die oude vrieskist met een ijslaag als een gletsjer: dat ijs isoleert, dus hoe dikker de laag, hoe harder uw vriezer moet knokken. Vanaf een halve centimeter is het tijd om te ontdooien. Het meeste werk daarbij is een handdoek neerleggen en wachten.
Het laagje stof op de koelribben achterop veegt u met een zachte borstel in tien seconden weg. Die ribben moeten hun warmte kwijt kunnen, en dat lukt beter zonder deken.
En die acculader die sinds mei trouw staat te laden zonder dat er iets aan hangt: die mag eruit. Hij laadt niets. Hij staat te oefenen.
Het gekke is dat we bij dit soort dingen altijd wachten op een groot moment. Een verbouwing, een offerte, een subsidieregeling waar je drie avonden voor moet gaan zitten. Terwijl de winst hier gewoon achter in de schuur staat, achter een tuinstoel, en het enige wat u hoeft te doen is een stekker uit een stopcontact trekken. Dat is geen energietransitie. Dat is opruimen.
Mijn koelkast gaat vanmiddag uit. De augurken mogen mee naar binnen.
Die redden zich wel.
https://theo.vandersluijs.nl/columns/zeventig-euro-aan-augurken