De zon stuurt nog steeds geen rekening
Salderen stopt per 1 januari 2027. Toch blijven je zonnepanelen geld opleveren, alleen op een andere manier. Een rekensom op de achterkant van een bonnetje.
Een ingekorte versie verscheen in Groot Goeree-Overflakkee van 10 augustus 2026. Lees het krantartikel

Laatst stond ik bij de bakker in de rij. Voor mij twee mannen, diep in gesprek. “Ze pakken ons weer,” zei de een. “Dat salderen stopt. Ik gooi die panelen van m’n dak en op Marktplaats.”
Ik heb niks gezegd. Ik stond daar met mijn halfje bruin en dacht: mijnheer, doe dat nou niet.
Want ja, het klopt. Per 1 januari 2027 is het klaar met de salderingsregeling. In één keer, geen zachte afbouw, gewoon: pats boem, weg. En ik snap de boosheid oprecht. Je hebt jaren geleden een flinke smak geld op je dak gelegd, met een rekensom die de overheid zelf voorrekende, en nu verandert diezelfde overheid halverwege de wedstrijd de spelregels. Dat voelt scheef. Dat Ăs ook een beetje scheef.
Maar eerlijk is eerlijk: het moest een keer gebeuren. Salderen was bedoeld als duwtje in de rug, in 2004, toen zonnepanelen nog ongeveer zo duur waren als een kleine middenklasser. Dat duwtje heeft gewerkt. Kijk maar eens vanaf de dijk over het eiland, of vanuit de auto naar al die schuurdaken tussen Melissant en Oude-Tonge. Ze liggen er vol mee. Een startsubsidie die twintig jaar doorloopt is geen startsubsidie meer, dat is een abonnement.
En dan nu de denkfout van die man bij de bakker.
Je panelen gaan geen geld kĂłsten. Ze gaan minder opleveren. Dat is echt iets anders.
Even een rekensommetje op de achterkant van mijn bakkersbonnetje. Stel: tien panelen, zo’n 3.500 kWh per jaar. Nu, met salderen, is elke kilowattuur die je opwekt ongeveer 30 cent waard. Da’s grofweg duizend euro voordeel. Lekker.
Vanaf 2027 valt dat uiteen in twee stapels. Wat je zélf verbruikt op het moment dat de zon schijnt, is nog steeds die volle 30 cent waard, want die stroom hoef je niet te kopen. Wat je teruglevert is een ander verhaal. Je krijgt er een vergoeding voor, vaak zo’n 15 cent, maar daar gaan terugleverkosten vanaf die daar bij veel leveranciers nauwelijks onder liggen. Voor wat je teruglevert houd je soms niet meer dan een cent of twee over.
Gebruik je 30% zelf, zoals de meeste huishoudens? Dan kom je uit op zo’n driehonderdvijftig euro per jaar. Een stuk minder dan die duizend, dat geef ik toe. Maar het is geen min. Het is nog altijd driehonderdvijftig euro die je niet aan je energieleverancier hoeft over te maken.
En hier wordt het interessant. Want dat percentage zelfverbruik, dat bepaal jĂj.
Bij ons thuis is de wasmachine sinds kort een dagdier geworden. Vroeger draaide die 's avonds, want dan was ik thuis en dan kwam het uit. Nu gaat hij 's ochtends aan, als de zon over de nok kruipt. Vaatwasser idem. En de auto laad ik niet meer 's nachts vol, maar op zaterdagmiddag, als het dak staat te knallen. Kost me niks extra, behalve dat ik iets vaker aan de was denk.
Waar Caroline overigens wel een opmerking over maakte. “Moet ik nu echt rekening gaan houden met wanneer de zon schijnt?” Tja, zei ik. Je zoekt toch ook uit waar de benzine het goedkoopste is? Toen lachte ze en knikte ze naar me. “Ja ja, ik weet het.”
Duw je je zelfverbruik van 30% naar 50%, dan zit je zo tweehonderd euro per jaar hoger. Voor het indrukken van een knop op een ander moment.
En check meteen even je contract, want die terugleverkosten verschillen behoorlijk per leverancier. Vanaf 2027 rekenen ze die per kilowattuur in plaats van in vaste schalen. Een middagje vergelijken levert soms meer op dan een maand vroeg wassen.
Wil je 's avonds bij het journaal nog op je eigen zon zitten? Dan kom je uit bij een thuisbatterij. Prima idee, maar dan wel even goed. Laat die installeren door een erkende installateur. Niet omdat ik een pietlut ben, maar omdat er in zo’n kast behoorlijk wat energie opgeslagen zit en je huis geen proeftuin is. Bovendien krijg je meteen goed advies over type en maat, want te groot is weggegooid geld.
Heb je een enkelfase-aansluiting, zoals veel oudere woningen op het eiland, dan zit je aan een beperkter vermogen vast en moet de batterij daarop afgestemd zijn. Heb je drie fasen, vaak in nieuwere huizen of waar een warmtepomp of laadpaal hangt, dan verdeel je het vermogen over drie lijnen en laadt en ontlaadt hij vlotter. Een goede installateur kijkt in je meterkast en vertelt je binnen vijf minuten wat er past. Een advertentie op Marktplaats doet dat niet.
Dus nee. Die panelen blijven liggen waar ze liggen. Ze gaan gemiddeld vijfentwintig jaar mee en ze doen nog steeds precies waarvoor je ze hebt gekocht: stroom maken van gratis zonlicht.
Want dat is het mooie. De regels veranderen, de tarieven veranderen, en de politiek verandert sowieso elke vier jaar van mening.
Alleen de zon verandert niet. En die stuurt nog steeds geen rekening.
https://theo.vandersluijs.nl/columns/de-zon-stuurt-nog-steeds-geen-rekening